Foto en tekst © Fam de Moor


Gebruikt u foto's, film en/of teksten :
Vraag dan eerst toestemming.

En altijd bron vermelding

Foto’s en tekst van andere worden met toestemming gebruikt  en opgeslagen in archief voor hergebruik.

AKALA DAGBOEK

 

 

Adembenemend mooi verslag van Piet Rozendaal

 

 

Het is ongeveer kwart voor vijf in de ochtend tijd om op te staan, toch kan niemand zich daar druk om maken - we hebben er tenslotte zelf voor gekozen om midden in de jungle van Nieuw Guinea te gaan kamperen. We strompelen uit onze slaapzakken, wrijven onze ogen uit en trekken onze nog weke kleren weer aan. Daarna een boven een kampvuur gemaakte snelle kop koffie en een stevig ontbijt. Vervolgens zoeken we onze apparatuur bij elkaar en starten onze tocht dieper het bos in.

 

De mist hangt nog steeds diep in de dalen, want zoals gewoonlijk is zo vroeg in de ochtend het oerwoud nog volledig gehuld in de laaghangende bewolking. Met het gebruikelijke hijgen en zuchten zoeken we onze weg door de jungle. En als je al niet wakker was word je naarmate het lichter wordt, verder gewekt door een symfonie van inheemse vogelgeluiden. Als we uiteindelijk de baltsplaats bereikt hebben is inmiddels de zon begonnen om over de horizon heen te kruipen, maar wij verdwijnen weer voor zo'n zes uur in het duister van de schuilhut.

Dan begint het wachten, dit duurt lang........ en nog langer. Maar uiteindelijk komt hij dan te voorschijn en volgt er toch nog de beloning. En zijn we getuige van een van de meest fantastische en unieke vogelsoorten ter wereld, de “Paradijsvogel”.

Niets zal ooit meer hetzelfde zijn ... van opwinding klopt je hart in je keel ... dit vergeet je nooit meer !

West Papua.

Waarom nu deze reis?

Eerst even een stukje geschiedenis voor we beginnen, Chinese kooplieden waren waarschijnlijk de eerste natie die hier vandaan papegaaien en kaketoes als voorwerpen van waarde meenamen. Want het blijkt dat al in de vijfde eeuw na Christus lori’s en witte kaketoes (Cacatua alba) China hadden bereikt. In het jaar 418 en 522, zijn er witte kaketoes aan de Chinese keizers cadeau gegeven, waarvan een aantal via Bali aankwamen. In het jaar 750 bereikte nog een andere kaketoe - de Molukken kaketoe (Cacatua moluccensis) - China, als geschenk van rondtrekkende Javaanse handelaren.

Edel papegaaien werden ook geschonken aan de royalty, waarbij ten onrechte werd gedacht dat het lori’s waren. Zodoende was er een lange tijd dat deze bij Loriinae waren ingedeeld. Dit blijkt uit een artikel dat Bonaparte in 1849 schreef getiteld “Het Lorine papegaaien geslacht en de beschrijving van een nieuwe soort Eclectus cornelia”. Edel papegaaien werden in die tijd tevens beschouwd als een geschenk van de goden.

Toen in de zestiende eeuw kooplieden uit Indonesië terugkeerden met geprepareerde paradijsvogel exemplaren. Waren het de Europeanen die als eerste zich bewust waren van het bijzondere verenkleed van de paradijsvogels. Helaas trokken later deze prachtige vogels ook de aandacht van de mode-industrie. En tijdens de eerste twee decennia van de 20e eeuw, versierde men vooral hoeden met paradijsvogelveren, vleugels en hele balgen. En zo ontstond er een groeiende verenhandel met Indonesië en Nieuw Guinea. Londen was het centrum voor deze handel in exotische veren, op het hoogtepunt van de “veermode” rond 1901-1910 werd er voor €17.000.000 aan exotische veren ingevoerd. In 1924 werden de paradijsvogels in geheel Nieuw Guinea beschermd.

Voor die tijd in 1854 waagde natuuronderzoeker Alfred Russell Wallace zich in de Maleise Archipel van Zuid-Oost-Azië op zoek naar natuurhistorische soorten waaronder de felbegeerde paradijsvogels. Acht jaar later kwam hij terug met 125.660 dierexemplaren (vooral vogels en insecten) waaronder een aantal levende paradijsvogels en papegaaien.

Mij een voorstelling makende van hoe Wallace zich gevoeld moet hebben toen hij de paradijsvogels voor het eerst zag,  maakte dit mij nieuwsgierig en nodigde uit om dit gevoel zelf te gaan ervaren.

De voorbereiding.

Na meer dan een jaar voorbereiding ondernam ik samen met 2 leden van €uro-PARROT, Jan Vertelman en Jaap Rijmerink in september 2013 een 22 daagse expeditie reis naar West-Papoea. Vanwege kostenspreiding werd de groep aangevuld met drie vogelfotografen, zo ondernamen we met zijn zessen een tour die terplaatse georganiseerd werd door “Papua Expeditions”, deskundig geleid door Iwein Mauro en zijn vrouw Like.

Het land.

Het eiland Nieuw Guinea is het op een na grootste eiland ter wereld. West Papoea, het voormalige Nederland Nieuw Guinea, werd na een half jaar overgangsperiode in 1963 onder de naam Irian Jaya een provincie van Indonesië. Er vond slechts een beperkte raadpleging van de inheemse bevolking plaats. Dus in feite was het geen vrije keuze van de Papoea-bevolking, wat nog steeds de oorzaak is van bepaalde wrok onder de papoea’s.

Traditioneel is al het land in bezit van stammen. Vandaar dat als je de openbare weg verlaat dit wordt beschouwd als dat je zich op verboden terrein bevind. Daarom moest Papua Expeditions steeds toestemming vragen aan stamhoofden alvorens je hun land mocht betreden. En moesten ze ook kosten betalen om te mogen vogelen, dit geld komt echter ten goede aan alle leden van de stam.

Wij bezochten de westelijke helft van het eiland Nieuw Guinea, het is echter geen gemakkelijke bestemming. Er is weinig infrastructuur, dus om de kampen en geschikte vogelplekken te bereiken is het soms noodzakelijk om veel en grote afstanden te lopen door het vochtige regenwoud. Gelukkig hadden we papoea-dragers “Maurice en Jacob” bij ons om te helpen met het dragen van bagage en voedsel, het halen van brandhout en water, het schoonmaken van paden en het opbouwen van schuilhutten.

West Papua is bedekt met de grootste uitgestrektheid van ongestoord vochtig tropisch oerwoud dat overgebleven is in de Oude Wereld. Veel gebieden zijn nog steeds onontgonnen en waarschijnlijk wachten hier nog meerdere nieuwe soorten om ontdekt te worden. Er is een grote verscheidenheid aan habitats, hierin leeft een grote concentratie endemische diersoorten. Hieronder bevinden zich 663 vogelsoorten het merendeel van deze soorten komt voor in de uitgebreide regenwoud regio.

Zo’n groot aantal vogelsoorten klinkt als simpel en bijzonder uitdagend voor een vogelaar, maar schijn bedriegt, vogelen in Nieuw Guinea is niet zo makkelijk als het lijkt. De vogels hier hebben de neiging nogal erg schuw en oplettend te zijn. Deze schuwheid komt waarschijnlijk voort uit de lange geschiedenis van jacht op ze. Dit gebeurt door de lokale bevolking voor voedsel, maar ook voor veren voor hun ceremoniële kleding. En grote zoogdieren die een alternatief vlees zouden kunnen bieden, komen hier nu eenmaal niet voor.

Een vergelijking met verschillende vogellocaties die over de hele wereld verspreid zijn is moeilijk te maken. Om uiteenlopende redenen behoren die van West-Papoea tot de moeilijkste om vogels te spotten. Zelfs op de wat makkelijker plaatsen in West-Afrika en Zuid Amerika is het soms hard werken om te bereiken wat je wilt. Echter, geen van hen wint het van de uitdagende en moeilijke omstandigheden van het vogelen in West Papoea. Hier moet je soms onder extreme omstandigheden kamperen diep in het oerwoud, bij temperaturen van 0 C graden hoog in de bergen tot +30 C en bijna 100% vochtigheid in de laaglanden. Zo ga je van warm en plakkerig naar koud en vochtig, met het risico van veel regen en een soms simpele logistiek. Lange wandelingen over modderige, glibberige, smalle en zeer steile paden of over rotsachtige paden met veel losliggend kalksteen. Habitats van de dampende mangroven en moerasbossen aan de kust omhoog tot in de ondoordringbare regenwouden van met mos bedekte bomen. Dit betekent dan ook dat je niet kieskeurig moet zijn. En om moet kunnen gaan met modder, muggen, mijten en soms ook bloedzuigers.

Waarom?

Dit lezende, zou je je gemakkelijk af kunnen vragen, waarom zou dan iemand die bij zijn volle verstand is daar nu heen willen? Nou de reden is simpel, door te vogelen in Nieuw Guinea zal dit op een gegeven moment uiteindelijk beloond worden met een aantal van de meest prachtige vogelsoorten van de wereld waaronder de paradijsvogels. Paradijsvogels behoren tot de meest spectaculaire vogels op aarde, en bijna iedere vogelliefhebber die Sir David Attenborough’s beroemde documentaire “Attenborough in Paradise” heeft gezien, zal er tenminste één keer van gedroomd hebben om deze magische vogels in het echt te kunnen bewonderen. En zo werd mijn interesse in paradijsvogels bijna een obsessie, een droom die tenslotte in 2013 in vervulling ging. Het werd een lange onvergetelijke reis, met naast vele hoogtepunten ook een paar dieptepunten, maar die hebben meer met mensen dan met vogels te maken.

Er zijn vaak nogal bijzondere inspanningen nodig om veel van de bergbos vogels te kunnen zien, voor een aantal van de op de grond baltsende paradijsvogels werden kleine schuilhutten bedekt met palmbladeren gemaakt. De eerste Paradijsvogel waar we naar op zoek gingen was de prachtige Wilson’s paradijsvogel, misschien een van de mooiste vogels ter wereld? Twee andere naaste soorten die we gevonden hebben, zijn de pracht paradijsvogel waarvan ik de Engelse naam “Magnificent Bird of Paradise” op zich al heel bijzonder vind. En de in kleur simpelere, maar in gedrag verbijsterende Westelijke Parotia.

Onze expeditie.

We vlogen van Amsterdam via Jakarta naar Sorong op West Papua. Vandaaruit begon onze tour de volgende dag naar het eiland Waigeo. De kleine eilandjes van Waigeo en Batanta worden zelden bezocht, maar ze zijn de thuisbasis van wat door velen beschouwd wordt als de mooiste vogel van de wereld, de Wilson’s paradijsvogel (Cicinnurus respublica). Daarom was een reis naar West-Papoea niet compleet zonder een bezoek aan Waigeo of Batanta om deze vogel te kunnen zien.

Waigeo eiland.

Een snelle motorboot bracht ons van Sorong over de Dampier Strait naar Waigeo eiland, hier aangekomen voeren we de monding van een kleine rivier in. Na ons gemeld te hebben bij het hoofd van een klein dorpje kregen we toestemming om het eiland op te gaan. We bereikten ons kamp na een wandeling, gedeeltelijk wadend door de rivier. Het kamp lag in het binnenland niet ver van de rivier, dat was dus makkelijk om je in te kunnen wassen. De boot bleef alle dagen in de monding van de rivier achter tijdens ons verblijf op het eiland. De belangrijkste vogels die hier te zien zijn, waren de Wilson’s paradijsvogel en de rode paradijsvogel beide zijn endemisch op Waigeo eiland. De Wilson’s paradijsvogel vertoond zich op vaste baltsplaatsen op de grond en kan met wat geluk worden gespot vanuit een schuilhut. De Rode paradijsvogel is wat anders, van deze soort verzamelen de mannetjes zich hoog in bepaalde bomen en maken daarbij veel lawaai. Dus wel gemakkelijk om ze te vinden, maar wat moeilijker om ze te kunnen zien. Omdat je van onderaf omhoog de bomen inkijkt om ze te zien in de boomkruinen waar ze baltsen.

De Wilson’s paradijsvogel lijkt daarom makkelijker omdat deze op ooghoogte voorkomt, lijkt weliswaar een voordeel maar hier heb je veel meer geduld nodig. Iedere ochtend heel vroeg in het donker over moeilijk begaanbare rotspaden stijl omhoog. Je moet immers in de schuilhut zitten voor het licht wordt, want het is zo dat als de vogels weten dat je er bent, dan komen ze niet te voorschijn. Wat niet wil zeggen dat als je vroeg bent, je ze dan wel even vlug zal zien. Totaal heb ik 24 uur in de schuilhut doorgebracht om de Wilson’s paradijsvogel 2 minuten te zien en te filmen. Maar het zien van deze vogel was wel een hoogtepunt van mijn vogelcarrière, en waarschijnlijk ook voor anderen die hem ooit gezien hebben. Ik heb veel fel gekleurde vogels in de wereld gezien, variërend van pitta’s, kolibries, trogons, tangara’s, toekans, neushoornvogels, enz. maar ik betwijfel of ze zelfs maar bij een mannelijke Wilson’s paradijsvogel in de schaduw kunnen staan. Zulk helder blauw, rood en geel op één vogel bij elkaar, onvoorstelbaar. Woorden zijn niet genoeg om hem te beschrijven en één ding is zeker, dit moet je gezien hebben al was het maar voor eens in je leven. Gewoon niet van deze wereld.

 

Het Arfak gebergte.

Op de terugweg van Waigeo naar Sorong hebben we nog een dag doorgebracht op een klein atol in de Dampier Strait, hier zagen we wat kleinere vogelsoorten en ondersteboven hangend in de bomen een kolonie Vliegende vossen, dit zijn vruchten etende vleermuizen. Terug in Sorong de dag erop met een binnenlandse vlucht naar Manokwari gevlogen, om vandaaruit met de auto zover als mogelijk is het afgelegen Arfak gebergte in te gaan. Onderweg waren er verschillende kleinere rivieren die we wadend over moesten steken op de weg naar ons kamp.

Onze hoofddoelen hier in het Arfak gebergte waren de Pracht paradijsvogel en de Westelijke Parotia, ook weer twee soorten die op vaste plaatsen op de grond baltsen dus vanuit een schuilhut te spotten zijn. Op 500m hoogte waren twee dicht bij elkaar gebouwde schuilhutten bij baltsplaatsen van de Pracht paradijsvogel. Ook hier steeds weer een hele lange heftige vroege wandeling over modderige paden, en een verblijf van ± 20 uur wachten verdeeld over meerdere dagen, om deze gedurende ongeveer anderhalve minuut te zien.

Aan de andere kant van de bergen was op 1500m een schuilhut gebouwd bij een baltsplaats van de Westelijke Parotia. Ook hier weer hetzelfde verhaal een tocht van ruim een uur stijl omhoog over rotsen en modderpaden. Gelukkig werden we wel iedere keer gebracht en opgehaald door een van onze papua hulpen, meestal Maurice. Er konden per keer maar drie van ons tegelijk in een schuilhut, alle drie hadden we een dag-pack bij ons en ik ook nog mijn filmcamera. Voor Maurice geen probleem, hij nam een rugzak op zijn rug, een andere op zijn buik, en de filmcamera in zijn hand. Terwijl wij alle moeite hadden om ons staande te houden en boven te komen, liep hij volgepakt tegen de berg op alsof hij over een vlakke weg liep. Eenmaal boven aangekomen was ik helemaal doordrenkt van het zweet en stond nog een klein uurtje na te stomen, maar bij Maurice was geen druppel zweet te bekennen.

Ook voor deze paradijsvogel  zaten we weer enkele dagen voor uren in een schuilhut, in het begin hoorden en zagen we de Parotia man regelmatig in de buurt van de baltsplaats maar verder gebeurde er weinig. Toch uiteindelijk werd het wachten beloond en was het de moeite waard. Want toen er zich eenmaal een vrouwtje melde werden we uiteindelijk beloond en waren we getuige van weer een unicum in de vogelwereld, de ballerina dans van de mannelijke Westelijke Parotia, een dans waarbij de omvang van de vogel meer dan verdubbeld. Het duurt slechts een paar minuten, maar hoewel van korte duur, het is echt een prachtige ervaring.

 

Verderop in het Arfak regenwoud vonden we nog een heel bijzonder iets, het briljant geconstrueerde prieel van de Vogelkop prieelvogel. De priëlen van de Vogelkop prieelvogel zijn één van de meest verbazingwekkende constructies in de dierenwereld, één ervan konden we van korte afstand bestuderen. Het was interessant om de verschillende bouwmaterialen die hij gebruikt had te zien. Van nature worden de prielen versierd met zoveel mogelijk natuurlijke voorwerpen, zoals glanzende keverschilden, verschillende soorten fruit en noten, bloemen, etc. en als deze materialen schaars zijn, gebruiken ze diep in het bos gewoon bladeren en mos, maar altijd alles van natuurlijke materialen en zeer netjes gerangschikt. Toch de prieelvogel gaat met zijn tijd mee, als zijn prieel dicht in de buurt van een menselijke nederzetting gebouwd wordt, is hij gek op kleurrijk afval en verzameld hij gebruikte plastic flessen, tassen, lege blikjes en alles wat hij zoal kan vinden aan kleurrijk menselijke afval overgebleven uit onze consumptie maatschappij. Het gaat daarbij niet om bepaalde kleuren of voorwerpen, het is vaak de zeldzaamheid van de voorwerpen die er toe doet.

 

De Noordelijke laaglanden.

Terug uit het Arfak gebergte vlogen we van Manokwari door naar Jayapura, hier bezochten we in de laaglanden Lake Sentani en verbleven we in de wetlands rond het meer. Als afsluiting vlogen we door naar Biak eiland. Biak is een vrij groot eiland in de Geelvink Baai, het wordt omzoomd met koraal. Het eiland heeft 8 tot 10 endemische soorten, met inbegrip van enkele unieke, zoals de Zwartvleugel Lori, Geelvink pygmee papegaaitje, Biak paradijs ijsvogel, de Biak monarch en edelpapegaaien. Na twee dagen verblijf op Biak vlogen we via Jakarta terug naar Amsterdam.

Andere vogels.

Naast de paradijsvogels hadden we in de verspreide stukken bos natuurlijk ook interesse in allerlei andere vogelsoorten. Zo zijn er bijvoorbeeld niet minder dan 22 ijsvogelsoorten op Nieuw-Guinea, in tegenstelling tot onze ijsvogel, worden de meeste soorten hier niet geassocieerd met water en eten ze geen vis, maar zijn het meer bosbewoners die het oerwoud bewonen, hier eten ze geleedpotigen en kleine kikkers. Verder een grote selectie duiven waaronder de bontgekleurde vruchtenduiven en de kroonduif, ook 's nachts te zien de fantastische Feline uilnachtzwaluw dicht bij ons kamp.

Als €uro-PARROT leden waren we natuurlijk ook benieuwd naar de Nieuw Guineese kromsnavels. Vooraf als je zo’n reis gaat maken heb je hier bepaalde fantasieën en verwachtingen van. Toch die kwamen qua kromsnavel niet helemaal uit zoals ik mij voorgesteld had. Je denkt Nieuw Guinea land van de lori’s, vijgpapegaaitjes, e.d., je ziet het in gedachte al voor je, zo’n groepje in de bomen etend van de bloemen. Maar niets van dit alles in de hooglanden, in de laaglanden wel een verdwaalde triton kaketoe en één enkele palmkaketoe, maar daar hield het mee op, geen enkele lori.

 

Een hoogtepunt was wel een koppeltje pygmee papegaaitjes scharrelend langs een boomstam. Verder zijn het de roodwang- en edel papegaaien die je af en toe tegenkomt, hiervan hoofdzakelijk mannen. Alleen op het eiland Biak hebben we enkele edelpapegaai poppen gezien, en een zwartvleugel lori hierover lees je hierna een apart verslag.

Het was een van mijn zwaarste tochten in combinatie met een nogal basic manier van kamperen. En alsof dit nog niet voldoende was werkte de schuwheid van de vogels soms zeer frustrerend op het gemoed van sommige mede reizende fotografen. Waardoor de plotselinge veranderingen in de plannen, het weer voor de vogelaars in de groep tot een zeer veeleisende en moeilijke reis maakten. Toch voel ik me bevoorrecht, de reis was zwaar maar de moeite waard, ik kwam terug met mijn hoofd vol ongelooflijke herinneringen die ik nooit zal vergeten en ik zou het zo weer over willen doen.

 

Vriendelijke groeten, Piet Rozendaal. Bezoek eens mijn geheel vernieuwde website www.peroda-natureart.nl

 

Dank je wel Piet , ik was op slag verlieft op je verslag, je foto’s ,je verhalen en dit stukje Paradise . Je site is als dit verslag ook adembenemend mooi .De films die je kan zien ,die deel uit maken van een filmavond. Je schilderijen ,  je passie, voor de natuur en de vogels . Dank je wel Piet voor het delen..

 

 

 

Vriendelijke Groet.
Ed en Thiely de Moor.

papegaai@akala.nl
www.akala.nl  

 

Foto en tekst  @ Fam de Moor
Gebruikt u foto's, film en/of teksten :
Vraag dan eerst toestemming.

Foto’s en tekst van andere worden met toestemming gebruikt  in ons dagboek,

en in dagboek-archief opgeslagen voor hergebruik.

 

Onze dank hier voor

 

 

 

67